De artisjok: leer ‘m waarderen

De Cynara scolymus is beter bekend als de artisjok en niemand verbaast zich als je zegt dat de plant lid is van de distelfamilie. De artisjok komt uit Sicilië, zeggen de Sicilianen. De Italianen van het vaste land houden het erop dat hij in 1466 via Napoli in Firenze belandde.
Een artisjok heeft een heel eigen smaak en je zult ‘m misschien moeten leren eten. Topinamboer (aardpeer) lijkt er een beetje op net zoals de ‘wokkelige’ Chinese artisjok (in het Frans crosne du Japon), beide overigens niet verwant.
De grove bloem kan best groot worden en is geliefd om zijn vlezige karakter. Als de kop nog onrijp en klein is, is hij in zijn geheel eetbaar. Later is er sprake van vezelige schutbladen en alleen de vlezige basis van die bladen zijn eetbaar. Geen voortanden of geduld? Vergeet het dan maar. Eten doe je door de schutbladeren een voor een van de gekookte kop te plukken, en ja, dat mag volgens de etiquette met je vingertjes. Daarna doop je ze in gesmolten boter of een vinaigrette (lekker met geprakt ei erdoor). Alleen de basis van het blad kan dan met de voortanden gezellig worden afgeknabbeld dan wel uitgezogen. Très chic! Tot slot openbaart zich het ‘hart’ (onder het ‘hooi’ (ook wel de ‘baard’ genoemd), het beste deel.
Het zijn vooral de Italianen en de Spanjaarden die veel artisjokken consumeren. Vandaar ook onze hoofdzakelijk Italiaanse conserven met alleen de beste delen van deze curieuze bloem.